Zomerlament

Ik verveel me dood. En dat is altijd zo als het zomer is. Het is eigenlijk hetzelfde gevoel, of althans dat denk ik, als wanneer er een orkaan op komst is. Buiten is niemand. Er is niemand bij de supermarkt, niemand bij de krantenkraam, niemand in het zwembad, niemand nergens. Iedereen is ergens anders. Gelijk hebben ze.

Ik daarentegen ben hier, blut, oververhit en met een hekel aan zomerkleding. Ik ben van mening dat geen enkel persoon erop vooruit is gegaan na het aantrekken van een zomerse print. Het is hier zo warm dat je zou willen dat je er gewoon even niet was. Een paar dagen geleden heb ik mezelf een hele dag opgesloten in het Uffizi, omdat daar airco is. Hetzelfde geldt voor de grote boekwinkel op Piazza Repubblica, waar ik drie uur heb gezeten. Of de supermarkt, daar ben ik niet weg te slaan. Geweldige plek.

Vlak bij mijn huis is een buitenzwembad met een groot grasveld en hoge bomen eromheen. Met een hek waardoor je nog steeds de straat kunt zien. Erg leuk vind ik dat. Stads. Maar het water is zo warm dat het lijkt alsof je in bad gaat. Dan sta ik liever thuis onder een koude douche. En gekleed als een depressie doe ik dan rond een uur of tien de luiken dicht en zit ik de hele dag in het donker films en series te kijken.

Natuurlijk zijn er leuke dingen. Koude watermeloen bijvoorbeeld. Of de tomatenmartini die ik vandaag maakte. De moestuin, waar ik de planten elke ochtend koud water geef. De ijswinkel om de hoek. Herlezen van boeken. De Siciliaanse amandelmelk met ijsblokjes, een soort vloeibare marsepein, die ik bij de bar vlak bij de bushalte drink. Treinritjes, tramritjes, Cola Light. Estathé.

Wat ik wel merk, is dat Italianen al langer gepokt en gemazeld zijn als het gaat om zomer en hitte. Dat merk ik aan hoe de luiken van mijn buren staan. Elke keer als ik twijfel of ik ze (half)open of dicht moet doen, kijk ik naar hoe ze bij mijn buren staan. Halfopen bij een zuchtje wind, open in de vroege ochtend of nacht en verder dicht.

Soms gaan mijn vriend en ik een nachtje kamperen op een berg vlak bij een klooster. Dat klinkt eng, maar dat is het niet. Florentijnen gebruiken dat als uitvalsbasis tegen de hitte. Ze nemen kleurrijke strandstoeltjes mee, opklaptafels, tafelkleden, kruiswoordpuzzels, een krant en eten. Onder de hoge dennenbomen zitten we dan uren te lezen en te kijken naar de huiselijke tafereeltjes. De meeste mensen vertrekken rond middernacht. Terug naar hun warme stadse bedden. Maar de volgende ochtend vroeg, wanneer je bij het kloosterbarretje al een hele vieze cappuccino kunt drinken, zitten ze er alweer.

Mijn vriend is, zoals zijn landgenoten, gek op de zomer. Italianen zijn allemaal gek op de zomer. Misschien komt het omdat ze niet hoeven te werken. Of omdat ze levendige jeugdherinneringen hebben aan strandbedjes, waterijsjes en tafelvoetbal. Of misschien omdat ze het lekker vinden dat het allemaal niet uitmaakt. Of je wel of niet binnen zit. Of je drie middagdutjes doet of geen. Wat je eet. Hoe laat je naar bed gaat. Het maakt allemaal geen bal uit. Het is zomer. Je bent er gewoon even niet.

Next
Next

Zwembad