Zwembad

Aangezien ik aankomend over een paar weken de San Francesco-route van La Verna naar Assisi ga lopen, waarbij ik eigenlijk vooral uitkijk naar het eten in de kleine afgelegen kloosters waar ik zal overnachten, kon ik er niet meer omheen dat ik ooit eens iets aan lichaamsbeweging zou moeten gaan doen. Met sport heb ik weinig. Competitief aangelegd ben ik ook al niet. Er blijft dus weinig over. Wel hou ik van zwemmen. Ik ben gek op de geur van chloor en de abnormale warmte in zo’n zwembad. Om de hoek bij mijn nieuwe appartement zit een zwembad. Kwam dat even mooi uit.

Gewapend met badmuts liep ik op dinsdagochtend vroeg richting het zwembad. Natuurlijk was het ingewikkeld bij de kassa. Iets met een gezondheidsattest, iets met twintig cent muntgeld voor de douches, iets met verplicht föhnen. Italianen zitten strak op hygiëne, dus mijn schoenen deed ik al uit bij de ingang zoals het moest en ik liep door naar waar ik dacht dat de omkleedhokjes waren. Dat waren geen hokjes, maar één gezamenlijke omkleedruimte voor vrouwen.

Omdat mijn nieuwe buurt nogal residentieel is, ben ik gewend om meer aangestaard te worden omdat ik er niet Italiaans uitzie. Ik weet eigenlijk niet of ik me dit soms verbeeld. Maar nooit was het zo erg als deze ochtend. Toen ik de gezamenlijke kleedruimte in liep, staarden zeker twintig vrouwelijke tachtigplussers me, naakt, met borsten tot onder hun navels, geïntrigeerd aan.

Het zwembad was groter dan ik verwachtte en wederom vol oudjes. Al aquagymmend staarden ze, soms zelfs met hun mond open, terwijl ik naar het trappetje liep. Een waterige winterzon scheen door de grote ramen. Op de aquagymmers na was het gelukkig rustig. Zwemmers nemen zichzelf altijd veel te serieus, vind ik. En dan bedoel ik natuurlijk niet de recreatiezwemmers die ronddrijven en pauzeren voor patat. Die zijn welkom in mijn herberg. Nee, ik bedoel mensen die zwemmen als ‘sport’ doen. Mensen met een net te strak badpak die hun schouders warm zwaaien voor ze het bad in duiken. Die je steeds willen passeren met een zelf geregisseerde borstcrawl of vlinderslag en er, in een propvol bad, alles aan doen om te laten zien hoe serieus ze zijn. En dat niemand, en zeker jij niet met je slappe schoolslag, in de weg zal staan van hun natte ochtendroutine.

Dat was hier niet zo, zag ik. Ik had een hele baan voor mezelf. Terwijl ik aan het genieten was van mijn schoolslag en zo deadlines vervaagden en onuitgesproken irritaties ineens minder belangrijk werden, zag ik dat een relatief jonge vrouw met een zwart zwempak en duikbril mijn baan in kwam zwemmen. Ik wist eigenlijk al hoe laat het was, maar ik probeer (totaal onvrijwillig) niet meer zo snel te oordelen. Vol afgunst keek ik naar hoe ze zichzelf, als een stervende zwaan, ruimte innemend, elke keer in een nieuwe baan liet vallen. Ze zwom in het midden, niet aan de zijkant zoals wij onprofessionele stumpers doen. Ook leek ze het totaal geen probleem te vinden om me met veel stuwkracht water in mijn gezicht te schuiven en zelfs twee keer haar hand op mijn hoofd te laten vallen.

Al zuchtend probeerde ik mijn irritaties van me af te zwemmen, maar het lukte niet. Met elke slag werd ik geïrriteerder. Een aantal keer sneed ze me af om te laten zien hoe vermoeiend het was om achter mijn onprofessionele, langzame tempo te zwemmen. Toen ze voor de zoveelste keer bij het afzetten water in mijn gezicht duwde, was het klaar. Na een grom van irritatie zette ik me woedend van de kant af, waardoor er een stortvloed aan water naar de zijkanten schoof, en ging achter haar aan. Ik zou haar wel eens laten zien wie hier langzaam was. Ik zweer dat ze het merkte, want ze begon sneller te zwemmen. Met brandende schouders, een hartslag boven de tweehonderd en buiten adem passeerde ik haar en tikte als eerste de kant aan. Ik grijnsde van oor tot oor toen ik me omdraaide.

Maar daardoor werd ik me ook weer bewust van mijn omgeving. Het hele reptielenbad verkeerde in totale shock. Arme mensjes. De golfslag van onze veldslag was nog goed zichtbaar. De badmeester keek verbaasd rond, moest er iemand gereanimeerd worden? Dit moet de eerste calamiteit in jaren zijn geweest. Mijn tegenstander was alweer nonchalant aan haar volgende baan bezig, gewoon om mij te irriteren. Ik trakteerde mezelf op de terugweg op koffie met slagroom omdat ik gewonnen had.

Next
Next

Sneeuw